Uitspraak Loonbeslag

 Loonbeslag bij ondernemer van een seksinrichting

 

De kantonrechter in Amsterdam beoordeelde de relatie tussen de exploitant van een ‘seksinrichting’ en een aldaar werkzame(?) sekswerker.

 

De deurwaarder vond de ‘werkgever’ via de UWV en legde derdenbeslag. De werkgever verklaarde geen gelden onder zich te hebben op grond van een loondienstverband waarna de verklaring werd betwist.

 

De kantonrechter wees de vordering af en daarbij werd de opting-in regeling met de belastingdienst aangehaald. Feitelijk wordt de vrouw gezien als een ZZP-er waardoor zij feitelijk ongrijpbaar blijft voor de vordering via loonbeslag:

 

In verband met geschillen en onzekerheid over de aard van de rechtsverhouding tussen exploitanten van seksbedrijven en sekswerksters is in overleg tussen de fiscus en de prostitutiebranche de zogenoemde “Opting-in Regeling” tot stand gekomen.

Gebruik makend en ter uitvoering van die regeling is een overeenkomst tussen de fiscus en gedaagde gesloten. Op grond daarvan doet gedaagde als exploitant van een seksbedrijf de fiscale afdrachten voor de werkzaamheden en inkomsten die [naam] als sekswerkster verricht en genereert in [club].

 

Als gevolg van hetgeen in de Opting-in Regeling is bepaald en op grond van de overeenkomst die tussen de fiscus en gedaagde ter uitvoering van die regeling is gesloten, staat tussen de fiscus en gedaagde vast dat [naam] niet als sekswerkster bij gedaagde in loondienst is en dat tussen hen geen dienstbetrekking bestaat. In zoverre is hetgeen gedaagde heeft aangevoerd feitelijk juist.

 

Dit laat echter onverlet dat wel sprake kan zijn van een (andere) rechtsverhouding tussen [naam] en gedaagde, anders dan uit loondienst. Elke keer dat [naam] komt werken in de club van gedaagde – volgens gedaagde is dat op onregelmatige basis – ontstaat een eenmalige rechtsverhouding op grond waarvan [naam] als sekswerkster bij het verrichten van haar werkzaamheden gebruik mag maken van de faciliteiten van de club van gedaagde en op grond waarvan gedaagde (na inhouding van in ieder geval fiscale verplichtingen) de van de klanten van [naam] ontvangen gelden aan haar afdraagt.

 

Het derdenbeslag komt veel voor en de situatie is vaak overduidelijk – dan is er ook werkelijk sprake van loondienst. Daar zit ook het risico voor de deurwaarder; een zo op het oog eenvoudige situatie kan totaal anders blijken te liggen. De vraag is dus of er een rechtsverhouding is; door daar beter naar te kijken kan men beslagen die geen doel treffen en de kosten voorkomen.

 

(Rechtbank Amsterdam afd Bestuursrecht, zaaknr. 6215861 CV EXPL. 17-18245 fno 480)